Categoriearchief: In memoriam

In memoriam Nico v.d. Bosch

Nico van den Bosch werd geboren op 24 mei 1934. Hij was het tiende en laatste kind van de familie van den Bosch. Ze woonden aan de Meerlaan op nummer 5. Ondanks de oorlog had pa toch een vrij zorgeloze jeugd. Op de dag dat hij 14 werd, ging hij ‘s morgens nog voor het laatst naar school terwijl hij ‘s middags al met broer Piet met de bakfiets meeging naar Den Haag om kip en kaas te gaan verkopen. Zo ging dat in die tijd. Toen Piet naar Indië werd uitgezonden, heeft pa zijn wijk gelopen en later overgenomen.

Aan het eind van de jaren 50 leerde hij Willy Vlasveld kennen en dat was liefde op het eerste gezicht. Na een aantal jaren verkering was er een baby op komst en ging er getrouwd worden. En omdat Anneke, de verkering van zwager Jan Vlasveld, ook in verwachting was, besliste opa Vlasveld dat er een dubbele bruiloft moest komen. Wie kon toen vermoeden dat Nico en Anneke ooit samen verder zouden gaan?
Op 26 augustus 1960 werd Koen geboren en op 6 december 1962 volgde Guus. Pa was een enorme fan van Feijenoord en de beide zoons zijn vernoemd naar twee van zijn voetbalhelden Coen Moulijn en Guus Haak. Toen op 21 januari 1972 zich een dochter aandiende, mocht moeder Willy de naam kiezen en dit werd Wendy.

In 1960 werd een start gemaakt met de bouw van het huis aan de Dokter van Noortstraat 103. Broer Jan had hiervoor de tekeningen gemaakt. Op nummer 105 woonde broer Leo met zijn gezin. Er werd hard gewerkt in die tijd. Iedere maandagavond kippen slachten in de kelder en 6 dagen per week op pad om kip en kaas te verkopen. Niet meer met de bakfiets maar met een auto. Iedere zaterdagavond werd de auto helemaal leeggehaald en van verkoop auto terug gezet in de normale stand om ermee naar de thuiswedstrijden van Feijenoord te kunnen gaan.

Ondertussen was Nico in navolging van zijn vader ook toegetreden tot het bestuur van harddraverij Nooit Gedacht. Hij is 45 jaar bestuurslid geweest, waarvan de laatste 19 jaar als voorzitter. Voor deze verdiensten is hij koninklijk onderscheiden.

Naast hard werken hield Nico ook wel van een feestje en was hij een trouwe supporter van HVS. Naast de thuiswedstrijden werden ook de uitwedstrijden in heel Nederland bezocht. In 1983 werd Stompwijk opgeschrikt door het busongeluk met de supportersbus van HVS waarbij Nico zowel zijn beste vriend Kees de Bruin als zijn broer Leo verloor.

Het was sowieso een moeilijke periode omdat zijn vrouw na jarenlang ziek te zijn geweest, uiteindelijk in 1984 overleed. Na het overlijden van zijn vrouw spreekt hij Anneke die in hetzelfde schuitje zit. Haar man is een aantal jaren ervoor overleden. Zij kunnen het zo goed vinden dat ze besluiten samen verder te gaan. Oma Vlasveld zei toen; “Dat komt goed uit! Dan blijft het mooi in de familie!”

Er breekt een fijne periode aan. Nico en tante Anneke worden opa en oma. Ze hebben het gezellig met vrienden en spreken regelmatig af om bijvoorbeeld een potje te kaarten. Vader Nico hield erg van klaverjassen en was daar best bedreven in. Hij kon zeker ook goed nakaarten! Hij kaartte graag met Cock van Geijlswijk. Op zaterdagavond gingen ze ook regelmatig jokeren met Anneke en Ien.

Op zondag ging pa de laatste jaren vaak kijken bij Stompwijk ‘92 samen met Max, Cock en Willem. Na afloop kwamen Leni, Ien, Ria en Anneke erbij voor een biertje en een wijntje. Ze gingen dan geregeld als laatste de kantine weer uit. Kortom, hij hield erg van gezelligheid.

Koen en later ook Guus komen in de zaak. Er komt een kans om op de markt te gaan staan in Voorburg en Leidschendam. Op zaterdag samen met Koen en Guus en later ook met kleindochter Zoey op de markt staan, vond hij het mooiste wat er was. Tot aan de dag van zijn eerste CVA op 8 juli 2017 heeft Nico gewerkt. Het was zijn lust en zijn leven. Vakanties vond hij maar onzin. Verkopen en onder de mensen zijn, was echt zijn ding.

Helaas is het hierna snel achteruit gegaan met zijn gezondheid. De laatste periode kon hij niet meer thuis wonen. Hij was echter rustig en tevreden. Hij vond het fijn als we op bezoek kwamen, maar hij vond het ook prima als we weer weggingen.

Uiteindelijk is hij op 31 mei overleden.

Pa, bedankt voor alles en rust zacht.

Zoals door Koen voorgelezen bij het afscheid van zijn vader.

Lieve Jetty,

Vorig jaar juni deelde je me tijdens een etentje mee dat ik op jouw uitvaart een woordje voor je ging doen. Je overviel me er wel mee, maar dat ben jij wel, Jetty, ten voeten uit. Je was altijd iedereen een stap voor. Je was al een tijdje ziek en je wilde je uitvaart in grote lijnen zelf regelen. Dat gaf je rust. Ik vond het een eer, dat jij zoveel vertrouwen in me had, dat ik van jou over jou mocht spreken.
Lieve Jetty, we kennen elkaar via het Dorpshuis. Ik als vrijwilliger van de hobbyclub en later beheerder van het Dorpshuis en jij als zeer enthousiast bestuurder. En enthousiast was je. Je was met geen tien paarden tegen te houden. Je kwam bij het Dorpshuis op een moment dat de geldpot nagenoeg leeg was. Je kwam in een bestuur met louter mannen. Je moest jezelf bewijzen en je wilde jezelf bewijzen, en dat heb je gedaan. Je ging aan de slag als secretaris. Verslagen schrijven, en subsidies aanvragen, je hebt het jezelf allemaal aangeleerd. Je was transparant en eerlijk naar iedereen. Door je doortastende manier van schrijven wist je door de jaren heen heel wat subsidiegeld binnen te slepen.
Wat was je trots toen je het eerste subsidiebedrag kreeg toegewezen. Een subsidie voor een te geven computercursus. Het gaf je een enorme boost.
Er konden computers worden aangeschaft en wat was je trots op de computerlessen die vervolgens in het Dorpshuis gegeven konden worden. Het halve dorp heeft, volgens jouw eigen zeggen, computerlessen gevolgd. Je zorgde niet alleen voor de financiën van de computerlessen, maar ook voor deskundige leraren, de inschrijvingen en zelfs voor de koffie. Dat was je eerste succes. En dat was nog maar het begin.
Vervolgens zette je een bridgeclub op in Stompwijk. Een subsidie werd aangevraagd voor klokken, kleedjes, en speelkaarten. Alles kreeg je voor elkaar. Elke maandagmiddag bridge. Je ging eerst de tafels klaarzetten, nadat je eerst ’s ochtends de verwarming al had aangedaan. De koffie werd door jou gezet, en de gasten werden ontvangen. Eigenlijk was je er een hele maandag mee bezig, maar altijd op de achtergrond.
Yogalessen in het Dorpshuis, schilderen in het Dorpshuis, je woonde bijna in het Dorpshuis. De plannen voor het nieuwe Kulturhus kwamen. Er werd over vergaderd en vergaderd. Maar jij zat niet stil. Je schatte in dat dit nog wel jaren kon duren. Je zorgde voor subsidies om alsnog de zalen van het oude Dorpshuis op te knappen, de keuken, de toiletten. Mede dankzij jou zitten we er in het Dorpshuis nog altijd netjes bij. Je kon dan ook echt tevreden in de zaal zitten en zeggen dit is mijn tweede huis. En gelukkig had Piet daar ook vrede mee. Hij gaf jou de ruimte om dit allemaal te kunnen en mogen doen.
Wat was het Dorpshuis je leven. Het regelen en het mensen met elkaar verbinden zat in je bloed. Vele mensen heb je benaderd voor vrijwilligerswerk, vaak hoorde je “Nee” maar daar liet jij je niet door tegen houden, je bleef enthousiast en positief.
Je startte een koffieochtend op de vrijdagmorgen waar je samen met Lies v.d. Bosch vele jaren de inloop organiseerde. Je benaderde mensen persoonlijk om ook naar het Dorpshuis te komen, al dan niet voor vrijwilligerswerk. Je zat altijd vol met nieuwe ideeën, wist elke keer weer een nieuw subsidiepotje te vinden. Grote en kleine activiteiten werden er door jouw inzet georganiseerd in het Dorpshuis. Zomerpret voor de kinderen, een theater in het Dorpshuis voor jong en oud, en zoals het laatste jaren ‘Het Gezellig Samen Eten’ wat een groot succes is.
Door jouw inzet konden we de kosten voor onze bezoekers altijd laag houden. Je zorgde ervoor dat de bewoners van Stompwijk een plek hadden om elkaar te ontmoeten. Zoals je zelf zei, ik heb een mooi werkzaam leven gehad, maar het vrijwilligerswerk bij het Dorpshuis was voor mij een kers op de taart.
Een paar maanden voor je ziek werd, was er gestart met de bouw van dit Kulturhus. Een gebouw waar niet alleen jaren over vergaderd is, maar waarvan ook de opening steeds weer wordt uitgesteld. Jouw wens was dat jouw uitvaartplechtigheid in het nieuwe Kulturhus zou plaatsvinden. Mede doordat de opening elke keer weer werd uitgesteld, maar bovenal voor Piet, pakte je alles aan wat je werd geboden om toch nog wat langer te blijven leven. Maar Jetty, zei ik dan, al ziende hoe ziek je was, we kunnen toch ook in het Dorpshuis je afscheid doen, daar heb je zoveel uren doorgebracht, maar nee, dat wilde je niet. Zoals je zelf zei, mijn afscheid is een nieuw begin. En hoe mooi zal dat zijn in het nieuwe Kulturhus.
Een paar weken geleden hebben we nog gelachen om het feit dat er misschien niet genoeg toiletten waren in het Kulturhus. Dan zetten we toch gewoon een paar Dixies neer, zei je. Jij had echt overal een oplossing voor. (er zijn echt wel genoeg toiletten)
Je positiviteit was je grote kracht. Hoe ziek je ook was, je had altijd belangstelling voor een ieder die bij jou op bezoek kwam. Je was dankbaar voor de mensen om je heen, de bloemen, de bezoekjes en de lieve kaarten.
Lieve Jetty, namens heel veel bezoekers van het Dorpshuis en namens het bestuur en vrijwilligers van Stichting Dorpshuis Stompwijk, bedanken wij je. Dank je wel voor je geweldige inzet, je enthousiasme en je positiviteit.
Zelf ben ik dankbaar dat ik je heb mogen kennen. Jij bent voor mij een coach, maar vooral een hele lieve vriendin, waar ik de rest van mijn leven fijne herinneringen aan zal hebben. Dank je wel voor je eerlijkheid, je steun en je vertrouwen. En ook al moest ik je wel eens afremmen, ik ben super trots op je en zal altijd met een glimlach aan je denken.
Dag lieverd. Dank je wel!

Anneke van Bemmelen

Het laatste project wat Jetty heeft helpen opstarten is ‘Het Gezellig Samen Eten’ wat één keer per maand op de vrijdagmiddag wordt georganiseerd. Het was altijd al een grote wens van Jetty, om een eettafel voor en met anderen te organiseren. Vanaf het begin is dit een groot succes. Oud en jong geniet samen van een gezellige maaltijd. Jetty zou het erg waarderen als U voor deze activiteit een donatie wilt doen. Het project ‘Gezellig Samen Eten” krijgt wel een nieuw naam. Voortaan noemen we het ‘Jetty’s Eettafel’, zodat Jetty er in onze herinnering altijd bij zal zijn.

Tekst van Jetty, zoals voorgelezen bij haar eigen afscheid

Het liefst sta ik hier zelf om jullie toe te spreken.

Die vlieger gaat niet op.

Lieve mensen, ik wil jullie graag vertellen dat ik een goed leven heb gehad.

Samen met Piet hebben we alles gedaan om er een leuke tijd van te maken. Het motorcrossen, waarbij ik met een gereedschapskist langs de kant stond.

De 7 of 8 boten die we verbouwd hebben en waarmee we mooie reizen gemaakt hebben. Als klap op de vuurpijl zeilen door de golf van Biskaje, om nooit te vergeten. De ‘Let’s go’ vaart nu de wereld rond. Voor mij iets te pittig. Piet had het wel gewild. Het kamperen met de vouwkar was een belevenis op zich we hebben genoten van elkaar het Franse landschap en het lekkere eten.

Van de gezellige etentjes met familie, vrienden, buurtgenoten daar kon ik niet genoeg van krijgen en ze waren voor mij de kersen op de taart.

Nu moet ik van alles loslaten mijn familie, vrienden, buurtgenoten, het Dorpshuis maar vooral ook jou Piet.

Voor jou hoop ik dat je nog een goede tijd tegemoet gaat. Ook zonder mij kan dat hoor. Je hebt voldoende mensen om je heen, je saxofoon kwartet en bands waarin je met veel plezier speelt.

Ik wil een ieder bedanken die er voor me was. Ik hou van jullie. Het ga je goed. Piet dank je voor je onvoorwaardelijke steun. Je bent en blijft mijn kanjer.

Herinner mij zoals ik was en ga door met je leven.

In Memoriam Agaath Hoogeveen- Overdevest

Mam is geboren op 24 augustus 1931 als vierde dochter van Cor Overdevest en Betje van den Bos aan de Westeinderweg. Met de Westeinderweg blijft ze haar hele leven nauw verbonden, maar daarover later meer.

Mam heeft ondanks dat haar moeder ziek was en veel op bed lag, een leuke jeugd gehad. In huis heerste veel gezelligheid door alle mensen die over de vloer kwamen. ’s Avonds een spelletje stokjassen of kruisjassen en op zijn tijd een shagje. Alleen kon opa die niet zo goed draaien dus dan werd mam nog wel eens uit bed gehaald. Ook haalden de zussen nog al eens wat kattenkwaad uit. Een fles uit de kruideniersmand even stiekem leegdrinken en dan weer vullen met water en terugzetten. Sommige boerenknechten van opa, zoals ome Koos van Leeuwen en Tinus Verhagen, die bleven voor dag en nacht en werden opgenomen in het gezin van opa en oma als een eigen kind. En niet te vergeten Piet Rotteveel die ook in het gezin werd opgenomen. In de polder was veel saamhorigheid en plezier. Mam zei regelmatig ‘we hadden niet veel, maar wel veel plezier’. Op een gegeven moment kwam Joop Suijten bij opa en vroeg of een van zijn meiden geen baantje nodig had. Hij wist er wel een in Berkel en Rodenrijs. ‘Oh ja hoor, Agaath is daar wel aan toe’ zei opa en zo geschiedde dat mam in het gezin Toussaint ging werken. Zij hadden een levensmiddelenbedrijf en 5 kinderen en er was een tweeling op komst. Een beetje hulp konden ze goed gebruiken. De jaren bij de familie Toussaint hebben veel voor haar betekend, ze heeft altijd contact gehouden tot op de dag van vandaag. Een van de dochters zij eens tegen mij ‘ze is als een grote zus voor mij’ en ik denk dat zij zich daar ook zó thuis voelde.

Op het moment dat oma overleed was het gewoon dat de dochters het huishouden op zich namen en is mam weer naar huis gegaan. Op een dag ging mam naar haar peettante, tante Agie in Zoeterwoude, en pa vroeg of hij mee mocht fietsen en dat mocht. Daarna vroeg hij of hij bruiloft mocht houden met haar bij de bruiloft van Corrie en Koos en dat was het begin van de verkering. Opa zei wel tegen pa ‘kom binnen knul, maar je houdt haar niet hoor dus je bent gewaarschuwd.’ Pa was geen onbekende want hij was ook in de polder geboren en werkte bij opa Overdevest. Opa had het dus mis. Ze trouwden op 14 januari 1958 en gingen wonen aan de Dr. van Noortstraat nabij het Blesse Paard. In hetzelfde jaar, zoals te doen gebruikelijk, werd de eerste dochter, Elisa geboren. Binnen vier jaar kwamen Willem, Annita en Corné erbij. Over de vijfde werd wat getwijfeld denk ik, die kwam vier jaar later. Wij mochten uit de namen kiezen Ard of Keesie, naar een van onze schaatshelden. Het werd Ard.

Mam was wel graag bij de boerderij gaan wonen zodat ze kon helpen met de kalfjes enz. maar dat zat er nog even niet in. Enige compensatie was er wel want er waren twee kippenschuren met 400 kippen, konijnen, poezen en de kalfjes werden ook nog weleens op de dijk gezet en later kwam er een geit die ook zorg nodig had en af en toe biggetjes bij de kachel. Werk genoeg dus.

Naast de dieren en de kinderen maakte mam tijd voor de zorg van opa Hoogeveen. Ze ging iedere week op de fiets even naar Leidschendam om daar wat hulp te bieden. Soms ging ze een hele dag en dat was voor ons geen straf want dan stond mam ‘s morgens al vroeg pannenkoeken te bakken die dan in het bed onder de dekens tussen een paar kruiken warm werden gehouden voor tussen de middag. Bij mam was altijd alles mogelijk. Iedereen was welkom. Neefjes en nichtjes kwamen logeren in de semi witte bungalow schuin tegenover de melkboer. Toen vrienden even niet voor hun drie kinderen konden zorgen zijn ze een paar weken bij ons geweest. Opa Hoogeveen kwam regelmatig in het weekend en dan werd er in de slaapkamer van pa en ma een bed bij gezet en ook dat ging. Verjaardagen werden altijd gevierd. De kamer zat propvol, hapjes en drankjes werden doorgegeven omdat je niet meer kon lopen en de kinderen zaten in de slaapkamer. Na de koffie stonden de tantes in de keuken de weg te versperren voor het toilet. Maar alles kon. Het huisje was dan wel klein maar gaf nog best veel werk. Een kookketel voor de was en een wasmachine met wringer. Er stond een gaskachel in de kamer maar de rest van het huis had geen verwarming waardoor het best vochtig was. Sommige van jullie herinneren zich nog wel, ons wassen deden we in de teil in de schuur. Ard kwam weer als laatste aan de beurt.

Mam deed alles zelf: behangen op één avond, maar omdat het huis zo scheef was moest iedere baan worden opgemeten. Ze deed dat vaak wanneer pa naar een vergadering was. Het huis wit schilderen ieder jaar, maar ook de kleine klusjes werden door mam gedaan. Ze vond behangen zo leuk dat ze het ook graag deed bij neefjes en nichtjes, vaak samen met tante Lenie.

In de tijd dat wij allemaal thuis woonden had het bordje “Mama’s restaurant” aan de voordeur niet misstaan. Pa en ma aten tussen de middag warm, er was er altijd één die moest gaan trainen of wat anders gaan doen en die at dan eerder dan de anderen. Zo bereide ze dagelijks drie warme maaltijden en tot slot kwam pa rond half acht thuis en aten zij hun boterhammetje. Iedereen mocht ook altijd blijven eten, zo was Joost eens aan het werk en mam gaf het bordje eten wat voor Willem bestemd was aan Joost, ‘hij moet toch ook eten’ was haar devies. ‘Willem eet jij maar een boterham.’

Toch was het een mooie tijd in dat kleine huisje aan de Dr. van Noortstraat. Met zijn vieren aan tafel huiswerk maken (wel even je plekje afbakenen) en ma stond dan in de hoek te strijken of ze las de krant. Ik weet niet of er chinees bloed zit bij de familie Overdevest maar mam begon altijd achteraan in de krant te lezen.

Mam heeft meer dan 25 jaar gezongen in het dameskoor en misschien wel even lang koffie gezet voor de koorleden. Ook bij de KBO was zij er voor de koffie en voor de EHBO heeft ze zich jaren ingezet. Zorgen zat echt in haar bloed. Ze ging graag collecteren, voor onder ander de brandwondenstichting. Ze kon echter maar twee of drie adressen op één avond doen. Ze ging namelijk meestal rond etenstijd want dan zijn de meeste mensen thuis. Maar mam moest bij iedereen even binnen komen voor een praatje. Zo was ze weken aan het collecteren.

Boodschappen doen was een echte hobby van haar zeker toen ze was verhuisd naar de Westeinderweg. ’s Morgens een pak suiker en ’s middags een pakje boter. Zo had ze iedere keer wel een boodschap te doen en kon ze direct even een praatje maken. Voor anderen deed ze ook de boodschappen, iedere week ging ze voor tante Nel de boodschappen doen en voor Japie en Ant van Santen.

Na 24 jaar Dr. van Noortstraat kwam er een spontane koper langs die het spul wel wilde kopen. Alleen kreeg hij geen vergunning voor twee huizen en toen dacht pa ach misschien wil de firma van den Brink het wel kopen. En zo is het gegaan en is er een nieuw huis aan de Westeinderweg gebouwd. Voor ma was dit niet meer keuze 1 want haar leven bevond zich toen voornamelijk in en rond het dorp. Maar het nieuwe huis maakte het huishouden wel een stuk eenvoudiger, wasautomaat, centrale verwarming en een douche en geen vocht meer. Dit gaf haar nog meer tijd om boodschappen te doen.

Ma hield enorm van haar kleinkinderen. Ze kwamen graag logeren, spelen met de hond en de jonge poesjes. Met als hoogte punt biest pannenkoeken met stroop en die waren heerlijk. Om de Canadese kleinkinderen te zien moesten ze in het vliegtuig op vakantie en dat vond ze schitterend want op vakantie gaan was nog nooit gebeurd. De kinderen uit de buurt kwamen graag langs want ze kregen altijd twee snoepjes, in elk handje één.

Mam was gek op bloemen en planten. In de semi witte bungalow kon ze weinig planten goed houden omdat het er zo donker was. Toen ze in de polder ging wonen kon ze haar plezier niet op. Alles bloeide en groeide daar. Ook de bloementuin verzorgde ze graag. Ze was niet alleen gek op bloemen uit haar eigen tuin maar vooral op bloemen uit andermans tuin. Het kwam weleens voor dat ze bloemen plukte uit de tuin van iemand waar ze op visite ging of bij haar buurvrouw.

Mam had weinig rust in haar kont, zoals wij wel zeiden ze had maar een heel klein stukje van haar stoel nodig. Wanneer wij met zijn allen thuis waren stond mam vaak in de keuken om iets lekkers voor ons te maken. ’s Nachts ontging haar ook niets. Zodra ze wakker was ging ze haar bed uit en keek naar buiten of ze breide de trui af waar ze aan begonnen was.

Ook wanneer ze op visite ging bleef ze niet lang op haar stoel. Zodra de koffie op was sprong ze op om de afwas te doen en gezellig nog even kletsen in de keuken. Gelukkig hadden ze in die tijd geen vaatwasmachines.

In 2009 zijn pa en ma verhuisd naar Emmaus, waar pa maar een goed half jaar heeft gewoond. Mam was een van de langst wonende en heeft het er altijd heel erg naar haar zin gehad zolang ze maar niet op haar kamer hoefde te zitten. Toen ze in het verzorgingshuis woonde kwam je haar overal tegen. De eerste jaren liep ze ’s morgens, soms al om half acht, buiten een rondje en zwaaide ze naar een ieder die ze tegen kwam of achter het raam zag. Voordat ze naar bed ging liep ze ook altijd een rondje. Dat deed ze al in de polder met de hond en later in Emmaus ging ze regelmatig even de gang op. Menig verzorgende is zich een hoedje geschrokken wanneer mam plotseling achter ze stond op haar kousenvoeten en zei ‘goedenavond’.

Langzaam ging haar geheugen achteruit wat voor haar soms tot frustratie leidde en de laatste twee jaar ging ze ook lichamelijk sterk achteruit. Maar haar aard was niet om ergens in te blijven hangen, dus dat legde ze weer snel naast zich neer.

Ook voor ons was het niet altijd eenvoudig, maar haar glimlach wanneer je bij haar was, maakte alles goed.

Wanneer ik in een zin moet zeggen wie mam was dan zeg ik: ‘mam was  gewoon heel gewoon, een mensenmens met een hart van goud’.

Mam bedankt!

In memoriam Siem van Es

Pa was bekend als Siem, geboren in Stompwijk, in de woonruimte achter de manufacturen winkel waar later de bewaarschool stond en nu het Kulturhus binnenkort geopend wordt, op 19 juli 1929. Hij had een moeizame start omdat hij weigerde te eten, met een aantal weken intensieve zorg in het ziekenhuis als gevolg. Hij groeide op als oudste zoon van Toon van Es en Adriana van Bemmelen tussen 5 zussen en 3 broers, in de zware jaren voor en tijdens de 2e wereldoorlog. Jaren waarover wij de laatste tijd steeds meer hoorden. Over de zware tocht die hij op 16-jarige leeftijd samen met zijn zussen Annie en Nel te voet maakte in de hongerwinter. Lopend achter een kinderwagen naar Overijssel om graan en aardappelen te halen voor zijn familie. Zware jaren waarin hij als kind zijn ouders hielp brood op de plank te krijgen door met zijn zussen ‘kranten te lopen’. De laatste maanden maakte hij deze krantentochten in zijn dromen en riep dan om zijn zussen.

Na de oorlog werd hij al snel als dienstplichtige opgeroepen, en lag in Amersfoort. Na de dienstplicht monsterde hij als schippersknecht aan op de binnenvaart, en speelde het toeval mee dat hij in de haven lag toen in februari 1953 Zeeland door een zware storm geteisterd werd. Het is de nacht die de Nederlandse geschiedenis ingaat als de nacht van de watersnoodramp en 1836 mensen stierven. Die ochtend werd Siem wakker van het nieuws op de boordradio en besloot direct actie te ondernemen. Toen hij uit het raam keek zag hij overal water. Huizen stonden compleet onder water. Hij sprak de schipper aan en stelde voor om met de boot het overgestroomde gebied in te varen op zoek naar mensen. De schipper weigerde omdat het de dag des Here was en op deze dag werkte de schipper niet. Siem vroeg of hij dan met de reddingsboot, die achterop de boot hing, het gebied in mocht varen. Daar stemde de schipper mee in. In de tocht die Siem samen met een andere knecht maakte, zag hij de verschrikkingen van de watersnoodramp. Verdronken mensen, maar ook veel vee zoals koeien en varkens dreven in het water. Siem zag bovenop een dak van een gebouw een groep kinderen zitten. De kinderen zaten daar al de hele nacht. Het water steeg en de kinderen waren op van de kou. Hij voer er naar toe en samen haalden ze de kinderen van het dak. Het waren echter teveel kinderen en ze moesten meerdere keren varen om de kinderen in veiligheid te brengen. Tijdens het aan boord gaan van de kinderen viel 1 van de kinderen in het water, verdween onder de boot, en kwam niet meer boven. Alle andere kinderen werden gered. In de jaren na de watersnoodramp praatte Siem nooit over de watersnoodramp. Hij had het er moeilijk mee dat hij 1 kind niet heeft kunnen redden. Hij zwierf in de maanden na de ramp vaak door de polder in Stompwijk omdat hij er niet over kon praten.

Pas vanaf ongeveer 2005 begon hij over de watersnoodramp te praten. In 2018 was Siem aanwezig bij Neeltje Jans, de herdenking ‘65 jaar watersnoodramp’. Tijdens die herdenking was hij nog steeds emotioneel over de gebeurtenis en zat er met tranen in zijn ogen. Wat opvalt is dat Siem een genuanceerde mening had over de schipper en het feit dat deze op zondag niet wilde helpen. Dit was de geloofsovertuiging van de schipper en daarvoor had hij respect. Hij was dankbaar voor het lenen van de reddingsboot en roeide letterlijk met de riemen die hij had…. Daags na de watersnoodramp nam Siem trouwens wel ontslag bij deze schipper. Iedereen heeft recht op zijn mening en hij respecteerde elke mening, maar had zelf ook een mening en die was in dit geval duidelijk anders dan die van de schipper. Ook valt op dat hij het steeds had over het kind dat onder de boot verdwenen was. Nooit had hij het over de kinderen die hij gered had. Hij was een man die altijd mensen hielp, nooit iemand liet staan en je kon hem alles vragen. Wij zijn daar heel erg trots op!

Zijn loopbaan in de binnenvaart eindigde abrupt toen hij het droevige bericht ontving dat zijn vader, slechts 68 jaar oud, aan een hartaanval was overleden. Het overlijden van zijn vader maakte dat hij als oudste zoon de manufacturenzaak over moest nemen. Siem ging als venter met lapjes, band en garen langs de deuren. Tijdens zo’n huisbezoek sloeg de vlam over en bloeide de liefde tussen Rietje en Siem op. Op 14 oktober 1958 beloofden zij bij elkaar te blijven totdat de dood hen zou scheiden. Het waren nog steeds zware jaren en er heerste grote woningnood. Een gewoon huis lag niet binnen hun bereik, daarom kocht Siem een woonboot. Samen trokken zij in de woonboot in de Starrevaart in Leidschendam, waar al gauw gezinsuitbreiding plaatsvond. En bleef uitbreiden totdat het gezin een kinderschare van 9 telde. Om dit gezin te onderhouden werkte Siem inmiddels als bootsman in de haven van Rotterdam. Omdat hij op dat moment de enige was met een rijbewijs werd hem gevraagd ook voorman te worden. Hij moest daarvoor een personenbusje aanschaffen en ontving per kilometer en per kop die hij vervoerde vergoeding. Siem was altijd al een rekenaar en hij rekende uit, dat hem dat extra salaris opleverde, dus hij stemde in. Hij was daarin een kleine zelfstandige. Na enkele jaren berekende hij dat hij, om de inkomsten te verhogen, zelfs een 2e busje kon laten rijden. Hij kocht zijn busjes steeds bij garage Luiten in Stompwijk. Maar, niet alleen in de haven verdiende hij zijn centen, hij had ook een bijbaan op de boerderij. Voordat hij zijn rondje langs zijn collega’s in Stompwijk en Leidschendam maakte, ging hij eerst naar ‘de boer’ waar hij tijdens de piekuren rondom het koeien melken Boer Overdevest hielp. Na de werkdag in de haven en na het thuisbrengen van de havenmensen, ging hij weer naar Boer Overdevest waar de koeien al weer met volle uiers op hem stonden te wachten. En dan pas stapte hij weer binnen bij zijn vrouw Riet, waar hij de zorg voor de kinderschare bijna helemaal aan over moest laten. De grote zorgen om financieel rond te komen hebben zijn hele leven beheerst en dat speelde de laatste jaren, toen het eigenlijk niet meer nodig was, weer op. Na zijn pensionering op z’n 56e zat hij niet lang stil. Hij vond al snel een baantje in Stompwijk bij ‘de zakkenboer’ Lelieveld en stond achter de lopende band of timmerde pallets in elkaar. Hij heeft dit zeker 20 jaar volgehouden.

Siem had ook veel plezier in het leven. Eerst en vooral in de liefde voor zijn vrouw Riet. De momenten waarop wij hem volop zagen genieten waren de momenten dat hij glunderende van trots tijdens een dagje uit. De kinderen rondom hen, de arm om de schouders van zijn vrouw geslagen, liep hij rond in een pretpark, de dierentuin, het strand en de duinen of de looptunnel. Met z’n allen in de bus onderweg, liedjes zingen. We kennen allemaal zijn ‘haparubanda’. Op vakantie gaan, zat er niet vaak in, maar de paar keer dat we dat met het hele gezin hebben beleefd waren voor Siem, Riet en de kinderen hoogtepunten in het leven.

Siem hield van sport, om te doen en om te kijken. Zijn grote passie was schaatsen en dan afzien tijdens de lange afstand. Op dit moment halen de mensen hun schaatsen uit het vet en maken zich klaar voor tochten op natuurijs. Van dit weer genoot Siem in jongere jaren en dit weer lijkt een ode aan hem! De Elfstedentochten waren zijn grote trots. Twee keer uitgereden in de jaren ‘50 in Nederland en bij gebrek aan strenge winters diverse keren de alternatieve in Finland en Oostenrijk. Een ongelooflijk mooie beleving om samen met zijn 2 zoons in 1988 de alternatieve Elfstedentocht te schaatsen. Hij kon er eindeloos over vertellen. Zijn heldentochten kwamen, tot op hoge leeftijd, te pas te onpas ter sprake. In de zomers stond hij graag op de skeelers en moedigde de hele familie aan om aan te sluiten. Menig kind en kleinkind heeft hij met mooie skeelers verrast. Maar, ook de voetbal had zijn hartstocht. Alle wedstrijden die gespeeld werden volgde hij achter de buis vol vuur, was het eens of oneens met de scheids en zag de doelpunten al voordat ze gevallen waren. Zijn hart lag bij PSV.

Siem hield ook van spelletjes, vooral van kaarten. Klaverjas speelde hij fel en vol vuur. En niet proberen te verzaken, want dat had hij altijd door. Met de kinderen en kleinkinderen kaartspelletjes en rummikub en bij gebrek aan spelgenoten speelde hij patience tegen zichzelf.

Na zijn pensionering in de haven ging hij over op kleinere auto’s, het liefst een Volkswagen Golf diesel. Daarin reed hij eindeloos rond. Altijd bereid iemand op te halen, weg te brengen of in te zetten voor een of ander klusje. Iedere zaterdag vaste prik samen met zijn vrouwtje naar de markt in Rotterdam. Tot op hoge leeftijd heeft Siem in zijn auto rondgereden. Autorijden was zijn lust en zijn leven, het heeft hem tot op het laatste moment boos gemaakt dat voor hem besloten werd dat hij niet meer achter het stuur kon. Het bleef hem kwellen, hij bleef zoeken naar zijn rijbewijs en auto.

Siem heeft een groot gezin, 9 kinderen en evenzoveel schoonkinderen. De namen van zijn eigen kinderen kon hij redelijk onthouden, al ging hij wel vaak het hele rijtje af voordat hij bij de goede kwam. Met de kleinkinderen en hun vriendjes en vriendinnetjes werd dat wat lastiger, al wist hij wel hoeveelste in de rij ze waren in een gezin. Hij noemde hij ze gewoon allemaal ‘Keessie of Kereltje’. Het maakte niet uit of je een jongetje of een meisje was.

In de laatste jaren liet zijn korte termijn geheugen hem steeds meer in de steek en kwamen verhalen van vroeger naar boven die wij nog nooit hadden gehoord. Hij droomde intensief over zijn vader en moeder en broers en zussen. Hoewel dat slechte geheugen hem parten speelde, was hij meestal helder in het voeren van gesprekken, bleef ons allemaal herkennen en in de maling nemen. Altijd grapjes maken, ook over zijn eigen slechte geheugen. Daarvan was hij zich bewust.

Siem heeft het rondje vol gemaakt, als baby wilde hij niet eten, in de laatste weken van zijn leven is hij ook gestopt met eten. Al gedurende lange tijd had Siem intensieve zorg nodig. Die ontving hij van zijn vrouw Riet, waar hij dol op was. Met een ongelooflijke doorzettingsvermogen, soms met onbegrip of ongeduld, maar met bewonderenswaardige vasthoudendheid, heeft zij hem bij zich gehouden. Dat was hun grootste wens: tot het einde samen te blijven. En dat is gelukt.