Werken loont weer

Alle inwoners met een bijstandsuitkering gaan er sinds 2019 in besteedbaar inkomen op vooruit wanneer zij werk vinden. Dat laat onderzoek zien dat bureau KWIZ deed naar de effecten van het nieuwe minimabeleid dat de gemeente sinds 1 januari 2019 uitvoert.

Wethouder Nadine Stemerdink: “Ik ben er trots op dat het minimabeleid er nu voor zorgt, dat werken voor al onze inwoners weer loont. Werk geeft een mens dagritme, voldoening en sociale contacten. Door de coronacrisis komen meer mensen in de bijstand. We zetten ons in om deze mensen zo snel mogelijk weer naar een baan te begeleiden. Want werken loont!”

Armoedeval

Eerder kregen sommige huishoudens te maken met een armoedeval wanneer zij vanuit de bijstand gingen werken. Er bleef dan minder geld over, omdat toeslagen en gemeentelijke regelingen lager werden zodra de inkomsten stegen. Vanuit het oude minimabeleid lagen er kansen om te zorgen dat werken weer meer loont. Zo houdt de gemeente nu onder andere meer rekening met de verschillen tussen huishoudens bij de verdeling van de individuele inkomenstoeslag. De financiële situatie van een gezin met jonge kinderen is anders dan die van een gezin met kinderen van 12 jaar of ouder. Door huishoudens die het minst te besteden hebben meer toeslag te geven en huishoudens met meer besteedbaar inkomen iets minder, loont werken weer voor alle inwoners.

Met de resultaten van het onderzoek kan de gemeente het minimabeleid nu verder verbeteren om de zelfstandigheid van inwoners nog meer te bevorderen.

Raad van Kinderen

In 2019 heeft de gemeente advies gevraagd aan de Raad van Kinderen over onder meer de gevolgen van het leven in armoede en de minimaregelingen. De Raad van Kinderen adviseerde toen om de informatie over minimaregelingen duidelijker te maken door gebruik van beeld. Dit advies neemt de gemeente over om de bekendheid van de minimaregelingen, en in het bijzonder die van de Ooievaarspas, onder volwassenen te vergroten. Cijfers laten namelijk zien dat de Ooievaarspas vooral wordt gebruikt door kinderen (naar schatting 91%) en veel minder door volwassenen (naar schatting 27%).